De Europese Centrale Bank (ECB) kondigde op 30 oktober de start aan van een nieuwe fase in het digitale euro-project. Na twee jaar voorbereidend werk gaat het Eurosysteem nu de technische fase in, bedoeld om zich voor te bereiden op een mogelijke eerste uitgifte in 2029. Indien de Europese regelgeving in 2026 wordt aangenomen, zouden proefprojecten al in 2027 kunnen beginnen.
Volgens de ECB zullen de ontwikkelingskosten van deze toekomstige publieke munt tot 2029 ongeveer €1,3 miljard bedragen, en daarna €320 miljoen per jaar voor de exploitatie. Deze bedragen, gefinancierd door het Eurosysteem, zouden vergelijkbaar zijn met die voor de productie en het beheer van bankbiljetten. Christine Lagarde, president van de ECB, verdedigt een project dat "monetaire soevereiniteit, keuzevrijheid en de bescherming van de privacy van Europeanen garandeert", gepresenteerd als een aanvulling op contant geld in het digitale tijdperk.
Maar naarmate de instelling vordert, neemt de kritiek vanuit de bankensector toe. Een studie in opdracht van de European Banking Federation (EBF), de Federation of Cooperative Banks (EACB) en de Savings Bank Group (ESBG), uitgevoerd door PwC in juni 2025, schetst een heel ander beeld. Volgens deze analyse kunnen de implementatiekosten van de toekomstige digitale euro voor alle banken in de eurozone oplopen tot €18 miljard, of zelfs tot €30 miljard in een scenario met de meer complexe functionaliteiten die door de ECB zijn gepland (offline betalingen, meerdere rekeningen, meerdere intermediairs).
Op basis van een panel van 19 grote banken schat PwC de gemiddelde uitgaven op €110 miljoen per bank, waarvan 75% betrekking heeft op het vernieuwen van technische infrastructuren: het aanpassen van mobiele applicaties, geldautomaten, betaalterminals en compliance-systemen. De banken schatten dat bijna de helft van hun gekwalificeerde personeelsbestand enkele jaren aan het project zou moeten werken, ten koste van hun innovatie- en commerciële ontwikkelingscapaciteit.
Voor de banken dreigt deze toekomstige digitale euro een enorme kost op te leggen voor overlappende toepassingen. Het PwC-rapport waarschuwt voor het risico van kannibalisatie van bestaande betaaloplossingen, zoals de European Payments Initiative (EPI) of nationale netwerken (Bizum, MB Way, Girocard). Ook wordt een ongelijke behandeling benadrukt: financiële instellingen zullen verplicht zijn de distributie en compliance van de digitale euro te waarborgen, terwijl de grote technologiebedrijven deze tegen lagere kosten in hun ecosystemen kunnen integreren.
"Dit is een publiek project met private kosten", vat een in de studie geciteerde bankier samen. "De digitale euro zou de concurrentiekracht van de Europese sector kunnen verzwakken, terwijl die van de grote internationale platforms wordt versterkt."
Voor de ECB daarentegen moet de digitale euro universele toegang tot publiek geld garanderen en de veerkracht van het Europese betalingssysteem versterken. Piero Cipollone, lid van de Executive Board en hoofd van het project, verdedigt "een collectieve inspanning om de duurzaamheid van het Europese monetaire systeem te waarborgen".
Feit blijft dat het debat een politieke wending neemt: tussen de belofte van Europese monetaire soevereiniteit en de vrees voor een forse rekening voor de banken, lijkt het digitale euro-project uit te groeien tot een van de meest gevoelige van het decennium.
De ECB schat de publieke kosten voor de ontwikkeling van de digitale euro tot 2029 op €1,3 miljard. Maar volgens een door de commerciële banken gefinancierde studie kan de totale rekening voor hen oplopen tot 30 miljard euro..







%201.png)






%201.png)
%201.png)


%201.png)



%201.png)


