Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan worstelen toezichthouders met de complexe taak om digitale financiën te integreren in een juridisch kader. Naarmate het ecosysteem van digitale activa groeit, moeten overheden een delicate balans vinden tussen innovatie, marktintegriteit en economische en geopolitieke soevereiniteit. Deze harmonisatie is cruciaal geworden om marktfragmentatie te voorkomen en crypto-ondernemingen in staat te stellen effectief op wereldschaal te opereren.
Hoewel de EU en de VS historisch gezien zeer verschillende benaderingen hebben gehanteerd ten aanzien van financiële regulering, lijken hun trajecten in de cryptosector naar elkaar toe te groeien – zij het niet zonder aanzienlijke spanningen. Deze convergentie is essentieel om regulatoire arbitrage te voorkomen en uniforme beleggersbescherming te waarborgen.
Volledige harmonisatie lijkt onwaarschijnlijk, maar enige afstemming wordt noodzakelijk nu deze activa hun plaats vinden in gereguleerde wereldwijde financiële markten. Zonder dergelijke coördinatie loopt de sector het risico te lijden onder buitensporige regulatoire complexiteit die innovatie zou verstikken.
Het wonderkind: de implementatie van het MiCA-regime van de EU
De Europese verordening betreffende markten in crypto-activa (MiCA) was niet de eerste poging tot regulering: die eer komt toe aan Japan, dat zijn wet op betaaldiensten al in 2016 aanpaste. De EU wordt echter algemeen beschouwd als de eerste grote markt die een allesomvattend kader heeft ingevoerd. Na een langdurig proces, versneld door de dreiging van het Libra/Diem-project, wordt MiCA nu uitgerold in de lidstaten. Ondernemingen zoals Bitpanda en Cryptcom hebben reeds vergunningen verkregen om in de EU te opereren.
De aanpak van de EU is gebaseerd op gedetailleerde instrumenten die op communautair niveau zijn vastgesteld en vervolgens op nationaal niveau worden omgezet. Deze teksten, aangevuld met precieze uitvoeringsmaatregelen (niveau 2), zijn gericht op harmonisatie ten gunste van het "Europese paspoort" voor dienstverleners.
MiCA is snel uitgegroeid tot een mondiale referentie – geprezen om zijn duidelijkheid en samenhang, bekritiseerd om zijn te voorschrijvende toon. Of men het nu wil of niet, het ontwikkelt zich tot een model voor rechtsgebieden die hun eigen regulatoire kaders ontwikkelen.
De zon komt op: de Amerikaanse benadering van crypto’s en digitale activa
In tegenstelling tot de EU en haar MiCA-kader heeft de VS tot voor kort haar gebruikelijke filosofie toegepast: regelgebaseerde regulering en strikte handhaving. Hoewel de toon is veranderd met de nieuwe Trump-regering en er vooruitgang is geboekt (GENIUS Act, STABLE Act), is het Amerikaanse kader nog steeds gefragmenteerd en in ontwikkeling.
Op federaal niveau bestaat er een toezichthoudende autoriteit, maar deze is verdeeld over verschillende entiteiten (SEC, CFTC, OCC, FDIC). Daarnaast kunnen toezichthouders op staatsniveau, zoals de NYDFS, ook hun eigen regels opleggen en vergunningen verstrekken.
Echter, een reeks presidentiële uitvoeringsbesluiten heeft het Amerikaanse regulatoire apparaat gemobiliseerd ten gunste van de cryptosector.
De SEC en CFTC raadplegen nu actief marktpartijen. De OCC heeft haar standpunt versoepeld, waardoor banken in crypto’s mogen handelen zonder voorafgaande kennisgeving.
De wetgeving ontwikkelt zich snel: regels voor stablecoins worden verwacht in het eerste kwartaal, gevolgd door voorstellen over de algemene marktstructuur tegen het midden van het jaar. Deze openheid betekent echter niet dat er sprake is van een lakse benadering. Het is opmerkelijk dat sommige richtlijnen overeenkomen met die van MiCA, met name wat betreft reserve- en vergunningsvereisten voor stablecoins. De Verenigde Staten staan niet langer aan de zijlijn: het land streeft ernaar een centrale rol te spelen bij het definiëren van de spelregels.
Technologische soevereiniteit en rivaliteit tussen rechtsgebieden
Elke vergelijking van regulatoire regimes brengt de vraag naar concurrentie tussen rechtsgebieden met zich mee. In een wereld waarin globalisering plaatsmaakt voor een meer gefragmenteerde geopolitiek, wordt technologische soevereiniteit een cruciale kwestie: het draait allemaal om het behouden van controle over kritieke infrastructuren en platforms.
De EU neemt een bijzonder standvastig standpunt in. De European Innovation Council definieert technologische soevereiniteit als het vermogen om afhankelijkheid van een beperkt aantal buitenlandse leveranciers voor essentiële technologieën te vermijden. Drie vragen sturen deze beoordeling:
- Beschikken we over de technologie in Europa?
- Zo niet, kunnen we vertrouwen op meerdere betrouwbare leveranciers?
- Zo niet, hebben we gegarandeerde toegang tot dominante leveranciers, vaak gevestigd in de Verenigde Staten of China?
Deze positionering vertaalt zich in vereisten om activiteiten binnen de EU te lokaliseren, wat de toetreding van buitenlandse spelers bemoeilijkt.
Daarentegen vertrouwt de VS op haar dynamische durfkapitaal en flexibelere regulering om innovatie aan te trekken. Sommige recente handelsmaatregelen kunnen worden gezien als reacties op Europees beleid dat gericht is op het versterken van binnenlandse controle. Deze spanningen weerspiegelen de moeilijkheid om nationale soevereiniteit en mondiale interoperabiliteit te verzoenen.
De kloof overbruggen richting harmonisatie
Ondanks de concurrentiedruk vraagt de mondiale dimensie van crypto’s om meer coördinatie. Ondernemingen zoals Circle pleiten voor harmonisatie van de Amerikaanse en Europese kaders, met name op het gebied van stablecoins (waar er een groot verschil is, red.), om operaties te vergemakkelijken en groei op wereldschaal te ondersteunen. Deze convergentie is met name van cruciaal belang voor grensoverschrijdende financiële diensten en innovatie in de sector.
Naarmate de VS haar benadering verfijnt en MiCA in Europa wordt uitgerold, zullen marktreacties een realtime test bieden van de effectiviteit van elk kader. Marktpartijen moeten blijven inzetten op convergentie rond kernpunten – verwerking van stablecoins, getokeniseerde activa, anti-misbruiknormen – om een werkelijk mondiaal en interoperabel crypto-ecosysteem te creëren.
Om cryptomarkten duurzaam te laten ontwikkelen, zullen toezichthouders een balans moeten vinden tussen gezonde concurrentie en harmonisatie. Zonder dit bestaat het risico dat innovatie stopt aan de grenzen, waardoor de sector zijn potentieel voor mondiale transformatie wordt ontnomen.
De recente aankondiging van de Britse minister van Financiën, Rachel Reeves, dat zij een gemeenschappelijk kader voor crypto’s tussen het VK en de VS wil creëren, is een eerste signaal in deze richting: meer in het algemeen moet Europa het voortouw nemen op dit gebied.
In een opiniestuk pleit de directeur van Global Digital Finance voor convergentie van crypto-regulatoire kaders aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Volgens haar is dit een cruciale stap als de sector wil blijven groeien..







%201.png)






%201.png)
%201.png)


%201.png)



%201.png)


